|
|
||||||||||||||||||||||
| Bepaling installatie-geluidniveau
Bij de bepaling van het installatiegeluidniveau wordt uitgegaan van het maximale geluiddrukniveau tijdens een werkingscyclus (Li) in de octaafbanden van 63 Hz tot en met 8 kHz en de nagalmtijd (Ti) in de ontvangruimte. Het in octaafbanden gemeten installatie-geluidniveau wordt gecorrigeerd voor de nagalmtijden in de ontvangruimte. LI,nT,i = Li - 10Log(Ti/T0)
LI,A,k = Li,A - 10Log(V/25)
Moet het karakteristieke A-gewogen installatiegeluidniveau worden bepaald in een verblijfsgebied dat bestaat uit meerdere aaneengesloten deelruimten dan moet voor elk van de deelruimten eerst het karakteristieke A-gewogen installatiegeluidniveau worden bepaald. Vervolgens worden deze gesommeerd rekening houdend met het volume van de deelruimten. De eindwaarden van het installatiegeluidniveau moeten worden afgerond op het dichtstbijzijnde hele getal. Onder installatiegeluid wordt verstaan het geluid voortkomende uit het gebruik van woningtypische installaties zoals toilet met waterspoeling, kraan, mechanische ventilatiesystemen of liften. Dit installatiegeluid kan worden bepaald en getoetst aan de eisen voor een niet tot de woning behorend verblijfsgebied. |
|||||||||||||||||||||||